Stand van zaken september 2016

Ook na de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) op 18 mei 2016 bestaat er in praktijk nog steeds onduidelijkheid over het uitvoeren van Huishoudelijke Hulp (HH) binnen de Wmo2015. Er zijn gemeenten die HH conform de wetgeving hebben uitgevoerd. Er zijn ook gemeenten die op basis van deze uitspraak hun beleid moeten aanpassen en daarvoor maatregelen nemen. Desondanks blijven sommige gemeenten bij het standpunt dat zij hun beleid conform de wet uitvoeren. Een aantal van onze leden heeft hierover verschil van mening met de gemeente.

Wij hebben onze juridisch adviseur gevraagd om zo kort en helder mogelijk te formuleren hoe de Huishoudelijke Hulp volgens de Wmo2015 moet worden uitgevoerd.

Dat Huishoudelijke Hulp niet expliciet in de Wmo2015 is benoemd,
wil niet zeggen dat de voorziening niet als maatwerkvoorziening
geleverd moet worden.

Wat is er gebeurd:

Ruim vóór de komst van Wmo2015 werd door de overheid een bezuiniging op het budget Huishoudelijke Hulp aangekondigd van 40%.

Veel gemeenten gingen, al dan niet ondersteund door adviesbureaus, met het uitgangspunt van een korting van 40 % aan de slag.

  • men ging nieuwe indicatienormen bedenken;
  • men haalde de spreekwoordelijke kaasschaaf over de tot dusver gehanteerde normen in hun beleidsregels;
  • men ging in resultaten indiceren en bepaalden per beschikking dat de gemeente “een schoon en leefbaar huis” garandeerde;
  • gemeenten schaften de Huishoudelijke Hulp als individuele (maatwerk) voorziening gewoon af, en bepaalden (impliciet) dat HH in feite een algemeen gebruikelijke voorziening was, of men verwees naar een algemene voorziening voor HH;
  • ook koppelden gemeenten een compensatieregeling (vaak d.m.v. Bijzondere Bijstand) aan de algemene voorziening Huishoudelijke Hulp. Deze afhankelijk van inkomen en vermogen;
  • Er waren gemeenten die in de Wmo 2015 meenden te lezen dat HH er helemaal niet meer bij hoorde, omdat het niet in de wet stond. (Dat geldt overigens ook voor het woord scootmobiel. Dat staat ook niet in de wet, maar niemand trekt daar de conclusie uit dat er geen scootmobielen meer verstrekt hoeven te worden.)

Uitspraak van de Centrale Raad van Beroep op 18 mei 2016

Met de uitspraken op 18 mei heeft de CRvB een aantal zaken verduidelijkt. Huishoudelijke Hulp hoort gewoon bij de Wmo 2015,​ dat staat nu vast.

Hoe moeten gemeenten Huishoudelijke Hulp volgens de Wmo2015 vormgeven

Na een melding (hulpvraag) van een inwoner:

  • Er moet een onderzoek plaatsvinden (het keukentafelgesprek).
  • Op basis van dit onderzoek komt een indicatie tot stand.
  • Gemeente moet op een onderbouwde manier kunnen uitleggen op welke wijze de inwoner ondersteund gaat worden bij de hulp in het huishouden.
  • Wanneer een inwoner wordt geïndiceerd voor een schoon en leefbaar huis, moet worden aangegeven:
    1. Hoe wordt de ondersteuning vorm gegeven
    2. Waarop is de ondersteuning gebaseerd (hoe komt de indicatie tot stand)
  • De voorziening moet “passend” zijn en moet een bijdrage leveren aan zelfredzaamheid en participatie.

De gemeente moet kunne ​ n onderbouwen/uitleggen dat er een passende bijdrage (in oude Wmo –termen: voldoende compensatie) wordt geleverd aan participatie en zelfredzaamheid​ (zie artikel 2.3.5 lid 3 Wmo 2015) bij het toekennen van een maatwerkvoorziening. Dat is eigenlijk waar het in essentie om draait, en wat bij veel gemeenten door beleidswijzigingen niet meer kan. Zij hebben hun onderbouwde normen (ex­CIZ­beleid) vervangen door normen waarmee niet valt uit te leggen dat zij die passende bijdrage leveren. Zo voldoet men niet aan de wettelijke eisen.

Het indiceren HH kan op basis van de oude normtijden uit de CIZ periode. Deze normtijden zijn door veel gemeenten overgenomen met de komst van Wmo 2007 en zijn door de CRvB uitspraken erkend als deugdelijk. Deze normtijden zijn namelijk gebaseerd op onderzoek door deskundigen en staan bij de rechter niet er discussie. Je kunt echter wel discussiëren over de toepassing van die normen​!!

Veel gemeenten hebben de “oude CIZ normen” verlaten en nieuwe “normen” opgesteld. Zij konden niet uitleggen of de nieuwe normen onderbouwd waren. Soms waren er in het geheel geen normen maar stelde de aanbieder i.p.v. de gemeente vast wat een inwoner krijgt. Dat kan al helemaal niet volgens de rechter. (De aanbieder is belanghebbende en niet objectief).

Wat zegt de rechtspraak m.b.t. Algemene voorzieningen

Het staat de gemeente vrij om algemene voorzieningen te treffen. Dat moet dan wel eenvoorliggend en volwaardig alternatief zijn voor een maatwerkvoorziening. Of dat in een individueel geval ook zo is, onderzoekt de gemeente na een melding van een inwoner met een hulpvraag.

Wettelijke eisen aan een algemene voorziening volgens de uitspraken CRvB:

  • Bij verordening kan worden bepaald dat een cliënt een bijdrage in de kosten verschuldigd is.
  • In de verordening kan de hoogte van de eigen bijdrage voor de verschillende soorten van algemene voorzieningen verschillend worden vastgesteld.
  • In de verordening kan worden vastgesteld dat personen, behorend tot een omschreven groep, een korting op de eigen bijdrage kunnen ontvangen.
  • De hoogte moet dus in de verordening worden bepaald en wordt via lokaal beleid vastgesteld.
  • De bijdrage kan niet inkomensafhankelijk zijn.
  • Stapeling van bijdragen dient beperkt te worden om de toegang niet te belemmeren.
  • Door de bijdragen laag te houden wordt beroep op duurdere voorzieningen voorkomen en/of beperkt;
  • Via bijzondere bijstand en financiële tegemoetkomingen bestaat de mogelijkheid rekening te houden met draagkracht bij algemene voorzieningen.

De Raad concludeert dat de hoogte van de bijdrage in de Verordening dient te staan. Daarbij is delegatie aan het college niet toegestaan. Ook een eventuele korting dient in de verordening te staan. Onderzocht moet worden of een algemene voorziening voor een bepaalde betrokkene ook individueel haalbaar is.

Alle uitspraken overziende, zijn de conclusies:

  1. hulp bij het huishouden valt onder de Wmo2015;
  2.  het is niet mogelijk te zeggen dat huishoudelijke hulp “algemeen gebruikelijk” is;
  3. het vroegere CIZ protocol Huishoudelijke Verzorging wordt goedgekeurd als basis voor beslissingen;
  4. gemeente mag een eigen protocol opstellen als basis voor beslissingen maar moet deze deugdelijk en objectief onderbouwen. D.m.v. onafhankelijk onderzoek moet worden onderbouwd dat met dit systeem ook daadwerkelijk het probleem dat de maatwerkvoorziening noodzakelijk maakt, wordt opgelost. (Is de toegekende maatwerkvoorziening voldoende om het huis voldoende schoon te maken);
  5. bij resultaatgericht werken: het resultaat moet volstrekt helder zijn. Het moet duidelijk zijn dat met hetgeen wordt aangeboden, dit resultaat ook daadwerkelijk behaald kan worden.

Al deze punten overziende blijkt dat er in feite drie mogelijkheden overblijven:

  1. een gemeente kan blijven kiezen voor het CIZ­protocol Huishoudelijke Verzorging en dat strak indiceren;
  2. een gemeente kan kiezen voor een algemene voorziening, maar zal zich dan moeten houden aan alle voorwaarden die de CRvB daarvoor heeft opgesomd. Dat zijn dermate veel voorwaarden en dat maakt de algemene voorziening dermate ingewikkeld, dat de haalbaarheid daarvan ernstig in twijfel getrokken dient te worden. Want welke gemeente zit te wachten op contracten daaromtrent met aanbieders en het opnemen van de bedragen in de Verordening?
  3. Een gemeente kan resultaatgericht gaan indiceren, maar zal dan een beschikking af moeten geven die de te verrichten activiteiten bevat. De noodzakelijke onderzoek maakt dit tot een illusie.

Meer informatie:

  • Artikel BB juni 2016 “poetshulp” valt onder Wmo.
  • Resultaat Onderzoek naar resultaat “schoon en leefbaar” huis gemeente Utrecht (12 augustus 2016).

13 september 2016

SOGA Nieuwsbrief

U kunt zich gratis abonneren op de SOGA Nieuwsbrief door gebruik te maken van het CONTACT formulier met vermelding ABONNEMENT NIEUWSBRIEF, voor het formulier
klik hier.

Inloopspreekuur

Iedere donderdag tussen 10:30 en 13:00 uur kunt u bij de SOGA terecht omtrent al uw vragen in het kader van de WMO, lees hier voor meer informatie.

SOGA Activiteiten

Klik op een van onderstaande regels voor meer informatie.

Adresgegevens

Stichting SOGA
Wagenmakerbaan 39
1315 BG  Almere
T: 036-533 83 50
E:
Open op maandag van
9.00 tot 12.00 uur, dinsdag en donderdag van 9.00 tot 15.00 uur,
op woensdag van 9.30 tot 13.00 uur.

Copyright © 2017 Stichting SOGA
0
Gedeeld